Tekst: <p>Een compact gebouw ontwerpen dat met zijn 70 m gevelbreedte langs de Rue de Hollerich in Luxemburg-stad ligt, die opdracht hebben de architecten voor rekening van het Luxemburgse woningfonds met glans volbracht. In 2003 tekende het woningfonds een samenwerkingsovereenkomst met ArcelorMittal om dit project voor een pand met een meervoudige bestemming te realiseren.</p>
<p>Het indrukwekkende gebouw bestaat uit 40 appartementen, kantoren en winkels. Deze laatste bevinden zich op de gelijkvloerse verdieping van het gebouw, terwijl de kantoren zich aan de kant van de binnenplaats bevinden. Ook de eerste verdieping, die uitkijkt op de straat, biedt onderdak aan kantoren en winkels, terwijl de eerste woonlaag zich aan de achterkant van het gebouw bevindt, in rechtstreekse verbinding met de tuin. <br />Om dit gebouw te realiseren was de keuze voor een stalen structuur vanzelfsprekend wegens de intrinsieke kwaliteiten van staal, dat niet alleen goed samengaat met andere materialen, maar zich ook voegt naar alle architecturale creativiteit; het verenigt tegelijkertijd soepelheid, stevigheid, duurzaamheid, schoonheid en milieuvriendelijkheid. <br />Door gebruik te maken van een stalen draagstructuur kon bovendien de duur van de werkzaamheden worden beperkt, een niet onbelangrijke factor voor een bouwwerf in de stad. De Rue de Hollerich bevindt zich in de buurt van het station en is een van de belangrijkste invalswegen van de Luxemburgse hoofdstad.</p>
<p>Doordat staal een zekere mate van vrijheid van afstand tussen draagassen biedt, konden heel verschillende types van woongelegeheden worden voorgesteld. In alle appartementen zijn brandbestendige kolommen gebruikt (een systeem ontwikkeld en gepatenteerd door ARBED in de jaren tachtig). Dankzij het vloersysteem ‘slimfloor’ kon een constructie zonder doorhangende balken worden geleverd.</p>
<p>Wat het visuele aspect van het gebouw betreft, kwam staal tegemoet aan de esthetische vereisten voor de gevel, door het gebruik van een gevelbekleding in gegalvaniseerd voorgelakt staal in felrode kleur aan de straatkant, en een combinatie van hout en gegalvaniseerd staal aan de kant van de binnenplaats.</p>
<p>Op gebied van brandvertragende producten ten slotte toont dit gebouw verschillende oplossingen: gedeeltelijk beklede kolommen en balken, kolommen verwerkt in scheidingswanden, zichtbare stalen kolommen, elementen beschermd door brandwerende verf, enz. Gebruikmakend van de berekeningsmethode van natuurlijke brand bleven de metalen kolommen op sommige plaatsen zichtbaar, om het stalen karakter van het gebouw te versterken en te laten blijken.</p>
Tekst: <p>De beglaasde puntgevel van deze woning, gelegen in het kanton Grevenmacher, komt uit op een groot terras en gezellige tuin die parallel aan de straat liggen. De bouwheer wou een ‘zachte’ oplossing als afscheiding, dit wil zeggen een oplossing die de privacy van het terras zou afschermen van de straat zonder al te veel de indruk te geven van een strenge en koude scheidingsmuur.</p>
<p>Het architectenbureau WeB kwam met het idee van een stalen gordijn dat dienst zou doen als afscheiding, een eenvoudige stalen structuur bestaande uit 126 L-profielen (100 x 50 x 6 mm en 3 m hoog), gelakt in de kleur DB 703. De afscheiding heeft een lengte van ongeveer 9,5 m en bestaat uit 6 identieke elementen en een dubbele deur. De zes elementen zijn gespiegeld en gedraaid, wat enigszins een gegolfde vorm en aanblik geeft. Het idee van een stalen gordijn wordt nog versterkt door afwisselende kleine openingen die de zonnestralen gedeeltelijk doorlaten op het terras. Het spel van licht en schaduw wekt daardoor de indruk van een echt bewegend gordijn.</p>
Award: Laureaat Cat.C Specifieke elementen in staal
Tekst: <p>De Cercle Municipal van de stad Luxemburg is een gebouw uit 1909 dat de Place d’Armes, in het hart van de hoofdstad, domineert. Dit historische gebouw getuigt van de grote momenten in de geschiedenis van het land. Van 2005 tot 2011 vonden er restauratie- en renovatiewerkzaamheden evenals technische aanpassingen plaats. De nieuwe ontmoetingsplaats, bestaande uit het gebouw van de Cercle Municipal en het nieuwe culturele centrum Cité, heet voortaan ‘Cercle-Cité’. Ze biedt onder andere onderdak aan een bibliotheek, een mediatheek, een conferentiecentrum, een tentoonstellingsruimte en een restaurant.<br>Na renovatie kregen de drie salons van de oude Cercle Municipal hun luister van weleer terug. Gezien de bouwvallige staat van het gewelf, dat moest worden bewaard, is grondig onderzocht hoe het draagvermogen van de plafonds van de grote feestzaal kon worden versterkt.<br>De bestaande structuur van het plafond, met een totale oppervlakte van ongeveer 400 m², bestaat uit 3 met elkaar verbonden gewelven. Het gewelf bestaat uit metselwerk van holle bakstenen bedekt met een laag pleister (in totaal 6 cm dik). Na analyse bleek het noodzakelijk om de structuur te verstevigen om de stabiliteit van het gewelf op lange termijn te kunnen garanderen.<br>De belangrijkste eis voor de stabilisatie van het gewelfde plafond was evenwel dat deze niet zichtbaar mocht zijn. Daarom was het nodig de structuur met veren op verschillende punten op te hangen, waardoor het bestaande mechanische evenwicht van het gewelf kon worden behouden en tegelijkertijd worden versterkt. Erg snel bleek dat staal het ideale materiaal was om de draagfunctie te vervullen.<br>De basisstructuur bestaande uit vakwerkliggers (kokers en L-profielen) die op een afstand van ongeveer 5 m van elkaar boven het gewelfde plafond, op de zolder, werden aangebracht. Deze liggers met een overspanning van ongeveer 15 m werden als geprefabriceerde elementen geleverd en via de opening van de klok naar de zolder gebracht waar het een huzarenstukje was om ze in elkaar te zetten. Een tweede structuur in HEA 200 ligt dwars op de vakwerkliggers en maakt het mogelijk de ankerpunten te verdelen met een afstand van 1 à 1,50 m. De verankeringen gebeuren met hangstaven die de vloer van het gewelf met de verstevigende draagstructuur verbinden.<br>De klassieke stalen dakstructuur, onzichtbaar voor de gebruikers van de zalen, is uitgebreid met fijne en vernuftige hangstaven. Het geheel is bovendien uitgerust met een krachtig controlesysteem waardoor de veiligheid en het behoud van het historische gewelfde plafond kan worden gegarandeerd. De structuur beantwoordt nu aan de recentste veiligheidsnormen en zorgt ervoor dat een van de meest gewaardeerde feestzalen in Luxemburg-stad kan blijven bestaan.</p>
Tekst: <p>De uitbreiding en vernieuwing van het conferentiecentrum van Kirchberg (CCK) is belangrijk in het kader van de Europese rol die Luxemburg speelt. De minister van Openbare Werken stelt hiermee een noodzakelijk instrument ter beschikking om in de best mogelijke omstandigheden de vergaderingen van de Raad van een uitgebreide Europese Unie te laten plaatsvinden.</p>
<p>De tweede uitbreiding van het conferentiecentrum betreft het perscentrum. Het nieuwe, vijf verdiepingen tellende gebouw is een constructie met staal-betonstructuren.</p>
<p>Voor het ronde dak van de tweede conferentiezaal werd voor een stalen structuur gekozen. Het wordt gevormd door een systeem met radiale balken (HEA 300) met een diameter van 31,2 m dat rust op een ringbalk. Dankzij een studie van verschillende modellen konden de horizontale krachten afhankelijk van de hoogte van het vakwerk worden bepaald. Om de niveaus opgelegd door de architect te respecteren en torsie op de betonnen ringbalk te voorkomen, zijn een originele geometrie en statisch systeem ontworpen: één steunpunt per balk, heel precies geplaatst, met flenzen volledig op druk belast.</p>
<p>Een nieuwe metalen passerelle met glas zal het perscentrum met de bestaande halve cirkel verbinden.</p>
Tekst: <p>Het gebouw ARTUR (Associatie RadioTherapie – Urgences) is een nieuw deel van het Centre Hospitalier Émile Mayrisch (CHEM). Het biedt onderdak aan een nieuwe ontvangstruimte, de spoeddienst, de chirurgische polikliniek van het CHEM, evenals een uitbreiding van het Centre National de Radiothérapie François Baclesse. Dit nieuwe gebouw heeft als taak een verbinding tot stand te brengen met de bestaande gebouwen, onderdak te bieden aan ruimten met een sterk technisch karakter (zoals de operatiekamers bijvoorbeeld) en de patiënten op een aangename manier te ontvangen. Door zijn ontwerp te richten op zowel het gebruik als de symboolwaarde, op de techniek als op het beeld is de architect erin geslaagd een ruimte van vertrouwen te creëren waar de patiënt zich individueel behandeld voelt.</p>
<p>Het gelijkvloers en de luifel vormen een sokkel in weervast staal die de nieuwe hoofdingang van het Centre Hospitalier aangeeft. De buitenwand van de trappenhal bestaat eveneens uit platen in weervast staal waarin horizontale uitsnijdingen zijn aangebracht.<br />De gevel van het gebouw bekleedt de functie van beschermende huid. Een gegalvaniseerd stalen structuur draagt de beglazing met een zeefdruk van horizontale lijnen die aan de sequentie van DNA doet denken. Die horizontale lijnen treffen we ook in het gebouw aan, zowel in de ontvangstruimtes, de wachtzalen en de spoeddienst.</p>
Tekst: <p>De eerste uitbreidingsfase van het conferentiecentrum van Kirchberg (CCK) dat de toren Alcide de Gasperi omvat, bestaat onder andere in de toevoeging van een grote conferentiezaal en verschillende foyers voor toegang en ontvangst die worden omhuld door een beglaasde galerij, gemiddeld 12 m hoog en ongeveer 300 m lang, op de Place de l’Europe.</p>
<p>In de ontvangstfoyer bestaat de beglaasde galerij uit stalen portieken en vakwerk die op de hoofdassen van het project zijn geplaatst. Daarnaast werden halve portieken gerealiseerd die aan de kant van de bestaande draagstructuren op metalen consoles steunen. In de lengterichting werden secundaire vakwerkliggers geplaatst met een tussenafstand, waaraan de dakbedekking en het verlaagde plafond konden worden bevestigd. De uiteindelijke bekleding van boven- en onderkant is uit metaal.</p>
<p>De toegangsfoyer wordt overspannen door een metalen vakwerkstructuur met luifels met een uitkraging van 10 m aan de voorgevel en 6 m aan de achtergevel. Het geheel rust op stalen kolommen die achter de voor- en achtergevel staan, evenals op tussenliggende kolommen.</p>
<p>Het dak van de grote, ovaalvormige conferentiezaal bestaat uit een raster van gewalste profielen die geprofileerde gegalvaniseerde staalplaten draagt. Deze zaal biedt ruimte aan 100 plaatsen op de eerste rij.</p>
Tekst: <p>De voetgangersbrug van Esch-sur-Alzette, een prachtig staaltje hedendaagse architectuur, verbindt het hart van de stad met de groene ruimte van het Parc du Gaalgebierg. Dit gedurfde project is het resultaat van de samenwerking tussen het architectenbureau Metaform en het studiebureau Ney & Partners.</p>
<p>De passerelle bevindt zich op de rotonde van de boulevard John F. Kennedy en bestaat hoofdzakelijk uit staal (voor de realisatie ervan was 260 ton staal nodig). Ze loopt over een afstand van meer dan 100 m boven de Luxemburgse spoorwegen.</p>
<p>De ligging maakte de plaatsing van de passerelle erg complex. De brug die een hoogteverschil van 21 m moet overwinnen, moet enerzijds een afstand van 108 m overbruggen om op het niveau van de heuvel van de Gaalgebierg uit te komen en anderzijds onder de hoogspanningsleidingen en boven de bovenleidingen lopen.</p>
<p>Uitgangspunt bij de bouw van deze passerelle en een van de belangrijkste klippen die moest worden omzeild, was de noodzaak om de passerelle niet op een pijler in het midden te laten rusten omdat die de toekomstige uitbreiding van de perrons zou kunnen verhinderen. Daarom mocht de brug slechts twee steunpunten hebben, wat overigens heeft geleid tot een vloeiende vorm die van de ene kant naar de andere gaat.<br />In plaats van de verschillende onderdelen afzonderlijk te benaderen afhankelijk van hun functie (een balk voor de draagstructuur, een leuning, een dak, enz.), maakt deze passerelle op een vernieuwende wijze gebruik van staal door de verschillende functies in een enkele constructie te integreren. De gebogen en verstijfde staalplaten uit staal S355 met een dikte van 10 à 25 mm die de ‘huid’ vormen, doen gelijktijdig dienst als draagstructuur, leuning, dak en verloren bekisting voor de staalbeplating. De uitsnijdingen aan de zijkant komen overeen met de verdeling van de krachten en maken het geheel erg licht. <br />Overeenkomstig de statische logica neemt de passerelle een vloeiende vorm aan en lijkt ze een stalen blad dat werd gekromd, gebogen en versneden. Zo krijgt de volumetrie van het geheel gestalte door een homogeen stalen oppervlak: de huid van de het gebouw. Dit oppervlak wordt aan de buitenzijde in het wit geschilderd om de lijnen van het ontwerp te accentueren en aan de binnenzijde in rood ijzeroxide als verwijzing naar de rode aarde van het gebied Minette.</p>
<p>Aan het uiteinde bevindt zich in die huid van staal een vrijstaande betonnen schacht met een stalen wenteltrap en een panoramische lift. De trap zorgt voor transparantie, filtert het licht en verandert de beklimming in een schilderachtige route met verschillende uitzichten op de stad.</p>
Tekst: <p>Op 1 mei 2010 opende de Wereldtentoonstelling haar deuren in Shanghai (China). Het thema van de expo was ‘Een betere stad, een beter leven’ en legde de klemtoon op duurzame ontwikkeling. Er waren een honderdtal paviljoenen van verschillende landen te zien, waaronder dat van het Groothertogdom Luxemburg.</p>
<p>Het Luxemburgse paviljoen, ontworpen door het architectenbureau Hermann & Valentiny et Associés, leek op een burcht die uit één rots was gehouwen. In werkelijkheid was het een trapezium van 3.000 m2, begrensd door ruimten die een binnenplaats omgeven, waaruit een centrale toren met 2 verdiepingen oprees, 21,35 m hoog, die onderdak bood aan een auditorium en een ronde lift.</p>
<p>De hoofdingang van het paviljoen (waarboven zich overigens een voor de Luxemburgers welbekende figuur bevond: de beroemde ‘gouden vrouw’ die gewoonlijk op de Place de la Constitution in de stad Luxemburg staat!) gaf toegang tot de toren, de tentoonstelling en een trap die naar de terrassen leidde. Deze ruimten werden op een natuurlijke manier verlicht dankzij zenitverlichting en enkele uitsnijdingen in de gevels. Bovendien werd de binnenplaats omringd door een waterpartij van 15 cm diep om een voetgangerszone te vormen. De bekleding van de muren in een lineair motief bestond uit boven elkaar geplaatste platen waarop kleurige planten stonden. Aan de buitenkant werd de verbinding met de tentoonstellingsruimte gemaakt door schuine rijen wijnstokken.</p>
<p>De architectuur van het paviljoen wilde het belang weerspiegelen dat wordt gehecht aan duurzame ontwikkeling door het gebruik van recyclebare elementen zoals glas en hout, maar ook staal, rechtstreeks ingevoerd uit Luxemburg. Tijdens verschillende fasen van de realisatie van het paviljoen werd hoogwaardig staal gebruikt, meer bepaald omdat staal een van de weinige grondstoffen is die tot in het oneindige kan worden gerecycled. Het was overigens van in het begin de bedoeling de stalen structuur van het paviljoen na afloop van de tentoonstelling te recyclen.</p>
<p>In hoofdzaak werd het paviljoen dus uit staal opgetrokken. Het zichtbare skelet uit stalen liggers (hoofdzakelijk HEB 400, HEB 500, HEB 260 en HEA 240) was bedekt met een isolerende en brandwerende laag. Het ondersteunde een buitenbekleding met platen uit cortenstaal van 4 mm dik, bevestigd op een tweede stalen structuur. Aan de binnenkant van het paviljoen bleef de stalen draagstructuur zichtbaar en verdeelde ze het plafond in driehoekige vlakken bedekt met hout. <br />Op die manier heeft staal, in combinatie met een architectuur in hout en glas, van het Luxemburgse paviljoen een schoolvoorbeeld gemaakt van duurzaam bouwen en de technologische kennis Made in Luxembourg.</p>